Kleurtemperatuur

Wanneer je naar iets kijkt dat wit is, zoals een velletje papier, dan zien wij dat velletje papier ook werkelijk als wit, ongeacht waar we ons op dat moment bevinden. het maakt dus niet uit of dat velletje papier wordt bekeken in een omgeving met kunstlicht of bijvoorbeeld buiten tijdens een zonnige dag. Wanneer je echter goed oplet en met datzelfde velletje papier van binnen (in een kunstlicht situatie) naar buiten loopt, dan zal je zien dat het papier binnen wat geel gekleurd is terwijl het buiten meer richting het blauw neigt. Normaliter zou ons dit niet opvallen omdat onze hersenen weten dat we wit willen zien en onbewust voor ons de kleurtemperatuur alvast aanpassen.

Een camera heeft geen hersenen en is dus ook niet instaat zelf goed te beoordelen wat wit is. Dit betekent dat wij als fotograaf de camera moeten gaan leren wat de juiste kleurtemperatuur is maar voordat we dit kunnen doen moeten we zelf weten wat kleurtemperatuur nu precies betekent.

Op een simpele manier uitgelegd zou je kunnen zeggen dat de kleur temperatuur helemaal gelijk staat aan het opwarmen van een stuk ijzer met een brander. Wanneer je ijzer goed heet maakt begint het te groeien. Hoe warmer het ijzer wordt, hoe meer het van kleur verandert. In het begin zal het ijzer bij een temperatuur van ongeveer 2200 Kelvin licht beginnen te geven. Het ijzer zal donkerrood beginnen te gloeien maar naarmate de temperatuur hoger wordt zal deze kleur overgaan richting Oranje (3200 Kelvin) en daarna geel (tot 4500 Kelvin). Bij een temperatuur van ongeveer 5600 Kelvin zal het ijzer een witte kleur licht uitstralen gelijk aan daglicht. Maken we het ijzer nu nog heter dan zal de kleur veranderen richting het blauw.

Het bovenstaande verhaal toont aan dat temperatuur en kleur met elkaar te maken hebben. Dit is dan ook de reden waarom de witbalans ook wel kleurtemperatuur wordt genoemd. Nu gaan we kijken hoe we dit kunnen gebruiken in de camera.

Lichtbronnen
Elke lichtbron straalt licht uit in zijn eigen kleurtemperatuur. Dit licht, dat dus een bepaalde kleur heeft reflecteert op alle onderwerpen die wij met ons menselijk oog of met de camera kunnen zien. Als dit onderwerp een wit velletje papier is zal het al het licht dat er op valt reflecteren, waardoor het de kleur behoudt van de oorspronkelijke lichtbron. Wat wij als fotograaf willen is dat het witte velletje papier ook werkelijk wit op de foto komt. Om dit voor elkaar te krijgen moeten we de camera dus leren wat de kleurtemperatuur is van de oorspronkelijke lichtbron.

Voorbeeld:
In een kamer zonder ramen brand een gloeilamp. Deze gloeilamp heeft een kleurtemperatuur van 3200 Kelvin, wat wij normaliter geel achtig licht zouden vinden.

Als we de camera leren dat de lichtbron een kleurtemperatuur heeft van 3200 Kelvin, zal een foto van een velletje papier in die kamer een wit vel papier laten zien. Als we de camera echter voor de gek houden met een andere kleurtemperatuur, door bijvoorbeeld in te stellen dat de lichtbron een kleurtemperatuur heeft van 5600 Kelvin, dan zal het witte vel papier een kleurzweem krijgen.

Strobist fotografie en kleurtemperatuur
In de strobist fotografie maak je telkens gebruik van externe flitsers. Deze flitsers hebben doorgaans een kleurtemperatuur van 5000 Kelvin, een iets lagere temperatuur dan daglicht. Als de flitser de enige lichtbron zou zijn, kunt u de camera dus gewoon instellen op 5000K of de stand voor flitslicht. Vaak gebeurt het echter dat het flitslicht slechts een aanvulling is van het al aanwezige licht, en dat is zelden precies dezelfde kleur als het licht van onze flitsers.

Wanneer je als fotograaf flitsers gaat gebruiken om licht aan te vullen bij al bestaand licht, krijg je dus te maken met menglicht van verschillende temperaturen. Dit kun je ondervangen door het gebruik van kleurenfilters voor de flitskop die het licht van de flitser iets verkleuren waardoor dit dezelfde kleurtemperatuur krijgt als het omgevingslicht.

Bij sommige flitsers worden kleur correctiefilters al meegeleverd, zoals bij de Nikon SB-900 en voorheen de SB-800, maar als je losse filters nodig hebt, kun je hiervoor terecht bij de firma HONL Photo. HONL levert het Color Correction Pack, dat bestaat uit een aantal filters om de kleurtemperatuur van de flitser aan te passen aan bijvoorbeeld kunstlicht (gloeilamplicht) of Xenon verlichting (dat vervelende blauwe licht dat u wel eens bij auto’s ziet). Voor het aanpassen van flitslicht aan TL verlichting worden licht groene filters gebruikt. Je zou het haast niet zeggen, maar TL licht is erg groen van kleur namelijk.

Belangrijk om te onthouden:
De kleurtemperatuur instelling in de camera is een van de belangrijkste instellingen bij het gebruik van flitslicht, zeker in situaties waar je met menglicht te maken krijgt. De beste manier om hiermee om te leren gaan is door veel te oefenen.