Richtgetal

Het richtgetal dat vermeld wordt bij een flitser is het getal dat de flitskracht van de flitser aangeeft. Hoe hoger het richtgetal is, hoe krachtiger de flitser is. Het richtgetal is echter geen vaste waarde, maar slechts een aanname. In een gemiddelde ruimte gaat de berekening op, maar bijvoorbeeld buiten, waar het licht nooit weerkaatst, of binnen in een witte kamer, waar het licht continue weerkaatst, moet een correctie op deze waarde worden toegepast.

De formules die gebruikt worden voor het rekenen met het richtgetal zijn:

  • Richtgetal / Afstand = Diafragma
  • Richtgetal / Diafragma = Afstand
  • Diafragma x Afstand = Richtgetal

Een rekenvoorbeeld:
Je gebruikt een flitser met richtgetal 28 en hiermee wil je een foto maken van iemand op een afstand van 5 meter bij je vandaan. De bekende variabelen zijn nu het Richtgetal (28) en de afstand (5 meter). Wanneer we de flitser dus een volle flits (maximaal vermogen) laten afgeven, kunnen we het diafragma instellen op28 / 5 = 5.6 Het te gebruiken diafragma is dus 5.6

Hou er wel rekening mee dat hier van een aantal aannames wordt uitgegaan.

  • Het richtgetal wordt opgegeven voor een foto bij ISO 100
  • De ruimte waarbinnen wordt gefotografeerd heeft een gemiddelde reflectie
  • Het richtgetal wordt opgegeven voor een openingshoek gelijk aan 100mm

Sommige fabrikanten, zoals Nikon, geven het richtgetal van hun flitsers vaak op bij ISO 200 omdat dit de onderste grenswaarde van de camera’s is. Als een fabrikant dit doet is het richtgetal dat vermeld wordt een factor 1.4x groter dan het werkelijke richtgetal bij ISO 100. Elke verdubbeling van de filmgevoeligheid, vergroot het richtgetal met een factor 1.4 (of √2)

Zie ook: